Algemeen

PPS als bijkomende investeringsimpuls

Dexia, zelf actief in publieke financiering, wil mee het voortouw nemen in publiek-private samenwerking (PPS). Zo meldt de Belgisch-Franse bankverzekeraar vandaag tijdens een persconferentie. Er is momenteel een grote investeringsbehoefte in heel wat publieke sectoren. PPS kan voor een aantal projecten een goede formule zijn en staat dan ook volop in de actualiteit. Ook in Vlaanderen. De Vlaamse regering kiest er voor een “investeringsregering” te zijn. Erg positief aldus Bouwunie, de bij Unizo aangesloten Unie van het kmo-bouwbedrijf. De wachtlijsten voor nieuwe schoolgebouwen, wegen en andere infrastructuur zijn veel te lang. Een grootschalige inhaaloperatie is broodnodig.

Om te investeren, moet de Vlaamse regering op zoek naar geld. Door afspraken in het kader van het Europese Stabiliteitspact mag Vlaanderen het benodigde geld niet lenen. Dus moet er een financieringstechniek gevonden worden die toch aan de Europese regels voldoet. De Vlaamse regering gaat geld mobiliseren in de private sector. Hiermee gaat ze een aantal dringende investeringsbehoeften invullen. Het gaat om de bouw en renovatie van schoolgebouwen, zieken- en rusthuizen, het wegwerken van gevaarlijke verkeerspunten en het oplossen van enkele ontbrekende schakels in de Vlaamse verkeers- en andere infrastructuur.

Deze werkwijze is prima volgens Bouwunie, op voorwaarde dat aan enkele onontbeerlijke voorwaarden is voldaan. Voor Bouwunie is het belangrijk dat het hier om bijkomende middelen gaat. Op het huidige investeringsbudget mag in geen geval beknibbeld worden. Bovendien moeten de Vlaamse bouw-kmo's nog rechtstreeks aan bod kunnen komen, niet enkel als onderaannemer of onder-onderaannemer. Geen belangenvermenging en correcte toewijzing van de opdrachten waarbij de concurrentie tussen de verschillende marktspelers maximaal blijft spelen, is voor Bouwunie essentieel. Dit betekent ook dat de dimensie van de investeringsprojecten niet te groot is zodat er nog voldoende aannemers op de markt zijn die kunnen blijven meespelen.

In het kader van PPS wordt vaak geschermd met de DBFM-formule (design-build-finance-maintain). Voor de Vlaamse bouw-kmo's is de volledige combinatie DBFM als PPS-formule (publiek-private samenwerking) niet haalbaar. Vooral de financiering vormt een serieus struikelblok. Aannemers zijn geen bankiers en wanneer de financiering deel uitmaakt van de opdracht, betekent dit dat de Vlaamse bouw-KMO’s dienen af te haken. Ook het onderhoud van het gebouw is geen evidente opdracht. Niet alleen behoort dit niet tot de “core business” van een aannemingsbedrijf, maar bovendien stelt zich hier het probleem van de looptijd van de contracten. Enkel wanneer het onderhoud beperkt wordt tot enkele jaren na de bouw en het enkel handelt over belangrijke herstellingen, kan dit worden bekeken. Het ontwerp en het bouwen zelf is iets waarmee de Vlaamse bouwwereld momenteel nog niet vertrouwd is, maar waar ze zich voor bepaalde grote projecten op kan organiseren. Dit is wel een arbeidsintensief proces waar een gepaste vergoeding moet tegenover staan.