Algemeen

Overheid zelf medeschuldig aan bouwfraude

Aannemers hebben structureel en met voorbedachten rade de regels voor aanbesteding overtreden. Maar dat kon gebeuren doordat de overheid te weinig controle uitoefende op naleving van de regels. Bovendien was er sprake van een grote verwevenheid tussen de bouwwereld en de overheid.

Dat zijn de voornaamste conclusies van het de parlementaire onderzoekscommissie Bouwnijverheid, die donderdag haar eindrapport publiceert, weet de Volkskrant woensdag al te melden.

Volgens het ochtendblad, dat zich baseert op "nauw betrokkenen", was de top van de bouwbedrijven op de hoogte van verboden vooroverleg en illegale prijsafspraken en werden die met hun instemming gemaakt. Voorbesprekingen en prijsfafspraken vormden een onderdeel van de bedrijfscultuur binnen de sector.

Ook zou de commissie van oordeel zijn dat er sprake was van een innige relatie tussen de bouwers en Rijkswaterstaat. Die intensieve contacten werden mede veroorzaakt door de manier van aanbesteding, zo had de Nederlandse Mededingingsautoriteit al eerder gesteld. Ook de voorzitter van het Algemeen Verbond Bouwbedrijven, Eelco Brinkman, heeft in verschillende interviews al gezegd, dat de overheid medeverantwoordelijk is voor het ontstaan van de fraude.

Voorselectie

Bij grote projecten wordt vaak gebruik gemaakt van een voorselectie waarbij zulke strenge eisen worden gesteld, dat maar een klein bedrijven voor uitvoering van de klus in aanmerking komt. Juist die strenge eisen en die voorselectie zouden vooroverleg tussen bouwbedrijven in de hand werken. De commissie zou daarom voorstellen doen om die aanbestedingsprocedures te wijzigen. Inmiddels zou ook Rijkswaterstaat onderzoeken of het mogelijk is minder hoge eisen te stellen aan aannemers en afspraken te bemoeilijken.

Het eindrapport van de enquiêtecommissie wordt donderdag om 12.00 uur overhandigd aan Kamervoorzitter Weisglas.