De bouw heeft nog steeds nieuw personeel nodig. De opleiders moeten daarom de handen ineen slaan.
Ondanks de economische teruggang heeft de bouw nog steeds nieuw personeel nodig. Daarom wordt het tijd dat opleidingsorganisaties zoals SBW Opleider voor de Infrastructuur en landelijk opleidingsorgaan Bouwradius de handen ineenslaan en gezamenlijke wervingsactiviteiten ontplooien.
Dat zegt M. Arntz, algemeen directeur van SBW. “Ik denk aan samenwerking op het gebied van aansturing, faciliteiten en financiën. Binnen de wervingsactiviteiten moeten de verschillende sectoren van onze bedrijfstak natuurlijk hun eigen gezicht houden. De indruk mag niet worden gewekt dat bijvoorbeeld een machinist en een timmerman of een metselaar hetzelfde soort werk doen. Ik zit beslist niet te wachten op een campagne waarin iedereen over één kam wordt geschoren Wel pleit ik voor een efficiënter gebruik van de bestaande faciliteiten en gelden.”
Arntz vindt niet dat het aantrekken van jonge mensen op de lange baan moet worden geschoven vanwege de afname van de bedrijvigheid. Hij wil voorkomen dat als de economie weer aantrekt, er een tekort aan vakmensen zal zijn. “Ik ben voorstander van anticyclisch scholen. Met andere woorden, ook mensen opleiden als de conjunctuur terugloopt.” Samenwerkingsverbanden spelen hierbij een belangrijke rol. Deze leerbedrijven nemen jonge mensen in dienst, die in de praktijk worden opgeleid. Als er voldoende vraag is naar personeel, lenen zij de leerlingen uit aan bedrijven die bij het samenwerkingsverband zijn aangesloten. Is de vraag gering, dan worden ze binnen het samenwerkingsverband opgeleid. “Dat systeem werkt al vanaf het midden van de jaren tachtig en ik zie vooralsnog geen reden dat het op termijn zal worden afgedankt.”
Daar komt bij dat het aantal jongeren dat kiest voor een baan in de sector grond-, weg- en waterbouw de laatste jaren terugloopt. “Ik schat dat we de laatste vijf jaar 10 à 15 procent minder jongeren voor onze bedrijfstak kiezen.”
Ambassadeurs
Hij wijt de terugloop onder meer aan het negatieve imago dat de bedrijfstak nog steeds heeft. Prijzen voor personeel, bedrijven en opdrachtgevers die zich binnen de infrasector onderscheiden, zijn volgens Arntz een wapen in de strijd tegen de negatieve beeldvorming. “Daarom hebben we de naam van de Hogenbirkprijs veranderd in Infra-opleidingsprijs. Zo verwijst de onderscheiding niet langer naar een bedrijf, maar is het een prijs geworden voor de hele bedrijfstak. Ik hoop dat het helpt om de beroepsopleidingen uit het verdomhoekje te trekken.”
Ook wervingsactiviteiten spelen een cruciale rol bij het aantrekken van jongeren. SBW werkt al een aantal jaren met de Go Infracampagne. Deze bestaat eruit dat mannen en vrouwen uit de bedrijfstak – ambassadeurs worden ze genoemd – scholen bezoeken en daar informatie geven over het werk in de infrasector. “Die mensen steken er veel energie en vrije tijd in en daarom hebben we dit jaar voor het eerst ook een prijs voor de beste ambassadeur. Want ook hen willen we stimuleren om het goede werk vooral voort te zetten.”
Meld je aan voor onze nieuwsbrief
Elke werkdag het laatste nieuws in uw mailbox!
Aanmelden!Alleen de nieuwsbrief, geen spam

