Algemeen

NL: Op weg naar één bouwvereniging

De lidverenigingen en het AVBB moeten samen opgaan in één werkgeversvereniging.

De bouw moet toe naar één werkgeversvereniging, waarin het AVBB en de lidverenigingen opgaan. Dat is de gedachte van een commissie die de organisatiestructuur van de bouworganisaties onder de loep neemt. Vooral de positie van kleinere bedrijven behoeft nog veel discussie.

De commissie – bestaande uit bouwondernemers van uiteenlopende bedrijven – onder leiding van organisatiedeskundige H. Andersson wil in november 2003 klaar zijn met haar werk. Dan moet duidelijk zijn hoe de structuur van de werkgeversverenigingen eruit komt te zien. Deze haast is nodig omdat het consequenties kan hebben voor het Bouwhuis dat in Zoetermeer moet verrijzen.
Voorlopig is in een eerste discussie de gedachte gelanceerd dat AVBB en alle lidverenigingen op moeten gaan in één grote werkgeversvereniging, met als doel kosten te besparen. Nu heeft nog elke lidvereniging haar eigen secretariaat, waardoor er dubbel werk wordt gedaan. Ook voor grotere bedrijven betekent het meer werk, omdat die vaak lid zijn van meer brancheorganisaties.
Een probleem in deze opzet vormen de uiteenlopende belangen tussen de verschillende groottes van bedrijven. Naarmate bedrijven kleiner zijn, hebben ze minder belangstelling voor collectieve belangenbehartiging voor het overeind houden van de bouwproductie. Meer interesse hebben ze in directe serviceverlening.
Daarnaast zijn er ronduit tegenstrijdige belangen tussen grote en kleinere bedrijven. Zo balen vooral middelgrote bedrijven van de toenemende neiging tot clusteren van bestekken. Projecten worden daardoor kunstmatig groter gemaakt door de opdrachtgever die hoopt op die manier te profiteren van schaalvoordelen. Het middelgrote bedrijf komt echter vaak niet meer in aanmerking vanwege de omzeteisen.

Noden
Een tweede probleem is dat de noden en problemen in de diverse sectoren in de bouw eveneens anders liggen. De wegenbouw bijvoorbeeld heeft veel meer te maken met overheidsopdrachtgevers dan de b&u-sector. En er is een wereld van verschil tussen hoofdaannemers en gespecialiseerde aannemers die maar al te vaak in onderaanneming werken. Die belangen verenigen in één club, is “a hell of a job”.
De commissie heeft dan ook uitgesproken dat “groot-, midden- en kleinbedrijf en de diverse sectoren in de toekomstige structuur hun stem en thematiek evenwichtig voor het voetlicht moeten kunnen laten komen. Hoge prioriteit heeft ook de serviceverlening aan lidbedrijven”. Over hoe dit alles kan worden gerealiseerd, mag de commissie nog ruim een maand nadenken.