Eigenaren van gebouwen zijn per 2006 verplicht bij de verkoop van hun pand een energiecertificaat te overhandigen. Dat is gevolg van de invoering van de Europese energieprestatie-richtlijn EPD in Nederland. Deze moet bijdragen tot de 22 procent energiebesparing voor de bestaande gebouwde omgeving die volgens de Europese Commissie mogelijk zijn.
Nederland moet vanwege Europese verplichtingen nationale wetgeving ontwikkelen voor de verbetering van het energiegebruik in de nieuwbouw en in de bestaande woningvoorraad. Dit houdt in dat onder andere gewerkt moet worden aan een systeem van energiecertificering. Een verplicht energiecertificaat moet gebruikers, huurders en kopers inzicht geven in de energielasten van het gebouw en de economisch rendabele maatregelen. Het is een gerichte aansporing voor eigenaren van gebouwen om passende maatregelen te nemen om daarmee hun energielasten te drukken. Zeker als de energieprijzen verder zullen stijgen. Bovendien verhoogt het certificaat de marktwaarde van energiezuinige panden aantoonbaar. Eigenaars zijn daardoor eerder geneigd te investeren in energiebesparende maatregelen. Het certificaat moet namelijk bij transactiemomenten, zoals de verkoop van een gebouw, worden overhandigd.
Studie
Het Energieonderzoek Centrum Nederland verrichtte vorig jaar in opdracht van de stichting Energie Prestatie Keur een studie naar de manier waarop energiebesparing bij bestaande woningen verder kan worden verbeterd. Vooral bij woningen die zijn gebouwd voor 1981 ligt een groot potentieel voor besparingen op energiegebruik. Uit de studie blijkt dat een woninggebonden energiecertificaat een belangrijk hulpmiddel vormt om deze energiebesparing daadwerkelijk van de grond te krijgen. Denemarken past een dergelijk certificaat al vijf jaar toe. ‘Het certificeren lijkt gezien de ervaringen in Denemarken beter te werken in een land met een koud klimaat, waar bewoners gevoelig zijn voor hun energierekening. In Denemarken hebben de hoge stookkosten en de energiesubsidies van de overheid bijgedragen tot het accepteren van een verplicht systeem. Nederland kan hier veel van leren’, aldus Bronia Jablonska, auteur van de studie.
EPA als basis
Bijkomend voordeel aan de richtlijn is dat Nederlandse adviesbureaus en kennisinstituten hun expertise over dit thema nu ook in andere EU-lidstaten aan de man kunnen brengen. België, Frankrijk en Duitsland hebben de Nederlandse systematiek van het Energie Prestatie Advies (EPA) namelijk als basis voor hun berekeningen gekozen om de energieprestatie van een gebouw te bepalen. Het EPA maakt dus grote kans het berekeningsmodel van het EPD-certificaat te worden. In dat geval hoeft Nederland niet veel aan zijn systematiek te veranderen om aan te sluiten op de geharmoniseerde Europese berekeningswijze.
Meld je aan voor onze nieuwsbrief
Elke werkdag het laatste nieuws in uw mailbox!
Aanmelden!Alleen de nieuwsbrief, geen spam

