Algemeen

NL: Betonindustrie zet duizend man op straat

De betonproductenindustrie heeft onder druk van dalende afzetten al ruim duizend werknemers op straat gezet. Volgens de Bond van Fabrikanten van Betonproducten in Nederland ontkomt vrijwel geen enkel bedrijf aan afslanking en is de pijn voorlopig nog niet voorbij.

De 170 bedrijven in Nederland die betonproducten maken, zitten in zwaar weer. Vorig jaar daalde hun gezamenlijke omzet met ruim 220 miljoen euro naar 1,25 miljard euro. In de afgelopen tien jaar zag de branche zich niet eerder geconfronteerd met een omzetdaling. Afgelopen jaren kenden de fabrikanten juist een voorspoedige groei.

Voorzitter W. Zandbergen van brancheorganisatie BFBN waarschuwt dat de ingezette malaise nog wel even zal aanhouden. “De vooruitzichten voor de komende jaren zijn gewoon slecht”, zegt hij. “Als ik naar de ontwikkelingen in de bouw kijk, moet de grote klap nog komen. In 2004, 2005.”
Dit en vorig jaar heeft de betonproductenindustrie volgens Zandbergen nog enigszins kunnen teren op de grote infrastructurele projecten. “Voor 2004 en 2005 valt alleen maar rekening te houden met een sterk dalende markt, mede door noodzakelijk geachte bezuinigingen bij de overheid.”
Vrijwel alle bedrijven in de markt schroeven momenteel hun capaciteit terug, constateert Zandbergen. Dat gaat gepaard met banenverlies. Sinds vorig jaar is al 10 tot 15 procent van de arbeidsplaatsen geschrapt. “Dan heb je het over zo’n duizend banen”, aldus Zandbergen. De BFBN-voorzitter sluit allerminst uit dat er nog meer banen zullen verdwijnen. “Onder deze omstandigheden laten toenemende kosten van energie, milieu, grondstoffen en arbeid zich niet of nauwelijks compenseren.”

Faillissement
Het eerste faillissement onder de fabrikanten van betonproducten heeft zich inmiddels al aangediend. De brancheorganisatie kan niet garanderen dat niet nog meer bedrijven zullen omvallen.
Zandbergen vindt dat juist in deze moeilijke tijd de overheid zijn opdrachten beter moet spreiden over het jaar. Hij signaleert dat dat nu niet gebeurt. “De bouw is bijzonder gevoelig voor conjuncturele schommelingen en van de beschikbaarheid van overheidsuitgaven. Daardoor is ze sterk afhankelijk van het vooruitziend vermogen van de overheid. Overheid en bouw zouden moeten samenwerken om een zo gelijkmatig mogelijke spreiding van onderhouds- en nieuwbouwprojecten na te streven. Daarmee wordt een bijdrage geleverd aan de hoognodige continuïteit.”
Wat de BFBN-voorman betreft, moet de dialoog tussen overheid en bouw dan ook snel weer worden geopend. Sinds de parlementaire enquête bouwnijverheid is die bijna geheel stilgevallen, aldus Zandbergen. “Weg met het krampachtige en improductieve gedrag waar we elkaar nu mee bestoken.”