Algemeen

Moderne woning vaker een bouwpakket

Een school die in een woonhuis verandert. Of een eengezinswoning die verdeeld wordt in meerdere appartementen. Het is één van de voordelen van het zogenaamde Industrieel, Flexibel en Demontabel (IFD) Bouwen. De woningen sluiten bovendien beter aan bij de wensen van de toekomstige gebruikers. Maar het vereist wel een revolutie in de bouwwereld.

De tijd dat woningen volledig ontstaan op de bouwplaats is al lang voorbij. De snelheid waarmee huizenblokken en appartementencomplexen uit de grond worden gestampt, ligt aanzienlijk hoger dan pakweg vijftig jaar geleden. Maar het kan nog sneller. Het zogenaamde Industrieel, Flexibel en Demontabel (IFD) Bouwen is in opmars.

Het voordeel? Het bouwwerk ontstaat grotendeels in de fabriek, waarna de verschillende onderdelen op de bouwplaats in elkaar worden gepast. Daardoor is de overlast ter plekke minimaal. Verbouwen is vervolgens een kwestie van elementen verplaatsen. En moet het gebouw wijken, dan wordt het simpelweg gedemonteerd. "Flexibele gebouwen of woningen sluiten beter aan bij de wensen van gebruikers en bewoners", aldus de website van het IFD-Platform, waarop alle informatie over deze techniek te vinden is. "Ze kunnen relatief eenvoudig aangepast worden wanneer deze wensen veranderen."

Vernieuwing
De principes van IFD-Bouwen zijn overigens niet nieuw. Veel bouwbedrijven zoeken al een aantal jaren naar praktische bouwvormen. Daarnaast telt steeds vaker de wens van de consument of het zogenaamde particuliere opdrachtgeverschap. Een deel van de bouwbedrijven wil daaraan graag tegemoet komen. In IFD-Bouwen, de term dateert van eind jaren negentig, komen al deze aspecten bij elkaar. Volgens het ministerie van VROM en het ministerie van Economische Zaken is IFD-Bouwen de manier om vernieuwing in de bouwwereld te bewerkstelligen. Het daaraan gekoppelde nationaal programma IFD-Bouwen draait sinds 1998 en duurt nog tot 2005. Het doel van het programma is het stimuleren en informeren van bouwbedrijven, maar ook van de consument.

De afgelopen drie jaar konden opdrachtgevers nieuwe bouwprojecten aanmelden. Een deel daarvan werd aangewezen als demonstratieproject. Via deze projecten wil de overheid markt en industrie bekend maken met de voordelen van IFD-Bouwen. Halverwege 2003 kunnen voor het laatst projecten worden aangemeld.

Optimaal
Het nationaal programma IFD-Bouwen wordt namens de overheid begeleid door de Stuurgroep Experimenten Volkshuisvesting (SEV). Dat het vruchten afwerpt blijkt uit het aantal aanmeldingen van afgelopen jaren. In 1999 werden 96 projecten ingediend en in 2000 85. Vorig jaar bleef de teller steken op 108 projecten en onderzoeksvoorstellen. "Van de haalbaarheidsonderzoeken belandt het grootste deel uiteindelijk in een la", weet Hans Vos van de SEV: "Negen van de tien projecten worden daadwerkelijk gerealiseerd." Ongeveer de helft van de ingediende projecten heeft betrekking op woningbouw. Verschillende projecten zijn inmiddels opgeleverd, onder meer in Haarlem, Papendrecht, Amsterdam, Hoogvliet, Utrecht en Ede. Opvallend is ook dat steeds meer bouwbedrijven ervoor kiezen de krachten te bundelen om de kwaliteiten van de afzonderlijke bedrijven zo optimaal mogelijk te benutten. Als het nationaal programma IFD-Bouwen in 2005 officieel stopt, hoopt de SEV dat het project zijn bestaansrecht heeft bewezen.dat bouwbedrijven ermee doorgaan. Na die tijd heeft het projectMaar heeft IFD-Bouwen na beëindiging van het project nog bestaansrecht? "Het is onze taak om het zo achter te laten dat bedrijven ermee doorgaan", aldus Vos, die daarom ook betrokken is bij het IFD-Platform. Hij heeft er vertrouwen in. De SEV stond eerder aan de basis van duurzaam bouwen, waarvoor een soortgelijk project bestond. "Vervolgens is het daadwerkelijk door bouwbedrijven opgepikt."