Algemeen

Koel onthaal voor Brinkmans idee

De lobby-partijen verschenen gisteren voor de parlementaire enquêtecommissie bouwnijverheid. De bouwkoepel Avbb enerzijds en de Vereniging van Nederlandse gemeenten anderzijds. Ze zijn het totaal oneens over hoe de bouw na de enquête verder moet.

DEN HAAG - Hoe moet het verder met de relatie tussen de Nederlandse overheid en de bouwbranche. Hoe moeten bouwers en overheid straks met elkaar omgaan. Het doel is duidelijk: het voorkomen van een herhaling van bouwfraude. Het middel is regelgeving, maar de vraag is welke.

Gisteren lieten twee belangengroepen hun stem, hun ideeën, over de toekomst horen voor de parlementaire enquêtecommissie: namens de bouwers werkgeversvoorzitter Elco Brinkman, namens de Nederlandse gemeenten koepelvoorzitter Wim Deetman. De twee staan diametraal tegen over elkaar.

De overheid is verreweg de grootste opdrachtgever voor de bouwbedrijven en daarmee is de bouwsector sterk afhankelijk van het rijk. De overheid moet nu eenmaal wegen aanleggen, gebouwen neerzetten en de buitenlandse bouwers hebben weinig trek om hier te werken. Dus de afhankelijkheid is wederzijds: beide partijen willen en moeten bouwen. Juist daar ligt de kern van het ontstaan van wat nu de bouwfraude heet. De bouwers verdeelden de overheidsopdrachten onderling en zorgden daarbij dat de overheid doorgaans een prijs kreeg die beneden het bedrag lag dat er voor uit was getrokken. Hoewel de overheid er niets van wist (althans, zo wordt gesteld) zorgde het systeem van bouwprojecten verdelen er wel voor dat de overheid tevreden bleef. Daarmee waren beide partijen tevreden, zij het dat het systeem illegaal is, want in strijd met de Mededingingswet.

Nu is het allemaal uitgekomen: de bouwers hielden de overheid voor de gek. Waar gedacht werd dat bij een aanbesteding van een bouwproject elke bouwer een eigen offerte, los van elkaar, indiende, liepen zij de zaakjes vooraf even door en zorgden ze dat de aanbesteding 'geregeld' werd.

Geen bouwer (wellicht met Heijmans als enige uitzondering) maakt er meer een geheim van de deelname aan het illegale systeem. Ze hebben er ook redenen voor gegeven. Een offerte maken voor een groot bouwproject is een dure, arbeidsintensieve zaak. Daar staat, als het project niet verkregen wordt, geen vergoeding tegenover. Vroeger was dat overigens wel zo (rekenvergoedingen). Die kosten moeten toch terugkomen. Maar belangrijker is dat de bouwers niet kunnen 'voorproduceren', als een bouwbedrijf geen opdracht heeft, ligt alles stil. Zelfs te veel opdrachten is niet wenselijk: er moet dan worden gewerkt worden met extra ingehuurde krachten en onderaannemers en dat maakt de zaak duurder. Het systeem van illegaal vooroverleg en opdrachtenverdeling loste al deze problemen op.

Nu kan dat systeem niet meer en dus kwam werkgeversvoorzitter Elco Brinkman vertellen hoe het dan volgens hem in de toekomst wel moet. Brinkman verdedigde de sector door twee punten naar voren te schuiven. Ten eerste moeten de rekenvergoedingen weer terug. Maar belangrijker is het dat de overheid niet langer alleen kijkt naar de laagste prijs. De regels schrijven nu voor dat de rijksinstelling een opdracht gunt aan het bedrijf dat de laagste offerte indient. Als dat blijft in een toekomst zonder vooroverleg, concurreren de bouwbedrijven elkaar kapot, is de gedachte in de bouwwereld. Hoe dan ook, de bal ligt bij de overheid, was de conclusie van Brinkman. Hij wekte daarbij nauwelijks de indruk dat hij veel invloed heeft op het gedrag van zijn achterban.

Maar Wim Deetman, de tweede lobbyer op rij die de commissie voor zich liet verschijnen, maakte korte metten met de ideeën van Brinkman. Geen rekenvergoedingen en zeker gaan voor de laagste prijs. ,,Ik zie het al voor me dat een college aan de gemeenteraad moet uitleggen dat ze de laagste prijs aan zich voorbij laat gaan en kiest voor een duurdere bouwer.'' Deetman wil alle barrières voor een 'markt als in alle andere sectoren' weg hebben. Ook het 'leuren', het onderhandelen over de prijs met verschillende bouwers tegelijk, moet weer mogen.

De commissie staat voor de moeilijke taak opdrachtgever en opdrachtnemer weer bijeen te brengen.