De meeste mensen kiezen voor de weg van de minste weerstand. Alles dus in één kleur en dan komen ze meestal uit op wit of crème, lekker veilig en iedereen vindt het mooi. Vooral de familie, vrienden en buren. Daar gaan we eens verandering in brengen! Het is jouw huis en jij kiest voor kleur.
In mijn vorige rubriek heb ik beloofd dat ik het ga hebben over kleuradvies, maar juist in die rubriek heb ik ook geroepen dat vrijwel iedereen een beetje kleurenblind is. Iedereen ziet kleur weer anders. Daarom is het lastig om iemand een advies te geven. Wel kun je iemand helpen bij het uitzoeken van een kleur en aangeven waar je op moet letten en wat kleur doet. Kleur kan een ruimte groter laten lijken of juist kleiner. Het kan ergens de aandacht op vestigen of iets juist camoufleren.
Kleuren kun je heel goed met elkaar combineren. Waar je wel moet opletten, is dat de kleuren niet bij elkaar vloeken. Om dit te voorkomen, maak ik altijd gebruik van de kleurencirkel van Newton. Dit is een cirkel die in 12 partjes is verdeeld. In deze cirkel zitten de basiskleuren rood, geel en blauw. Tussen deze kleuren zetten we steeds drie partjes waarin we de drie basiskleuren onderling mengen. Zo ontstaan de kleuren oranje (geel en rood), groen (geel en blauw) en paars (blauw en rood). Deze zetten we in het middelste partje tussen de primaire kleuren en vervolgens worden deze weer gemengd met de primaire kleur. In het geval van groen krijg je in de richting van het blauwe partje, donkergroen en richting geel lichtgroen.
Met deze cirkel kunnen we nu kleurencombinaties maken. De meest eenvoudige is het monochrome kleurschema. Je neemt dan één kleur uit de cirkel en die maak je alleen maar lichter met wit of donkerder met zwart. Dit is nog steeds een veilige keuze en je brengt toch wat meer kleur in je huis.
Waar mijn voorkeur naar uitgaat is het analoge schema. Je kiest dan voor de kleuren die naast de hoofdkleuren liggen. Let er goed op dat de kleuren wel verwant aan elkaar zijn. Dus combineer niet geelachtig groen, maar blauwachtig groen bij blauw. En ook deze kleuren kun je natuurlijk weer donkerder en lichter maken.
Zwart en wit gebruiken we dus bij het mengen van kleuren alleen om verschillende helderheden aan te brengen.
Met kleur kun je ook een bepaald gevoel en sfeer aan een ruimte of voorwerp geven. Maar wat voor gevoel geeft een kleur dan. Laten we de primaire kleuren eens nemen. Rood staat voor vuur en heeft een stimulerende, actieve, krachtige en prikkelende werking. Geel is goud en de kleur van de zon: warm en vrolijk. Blauw is slaapverwekkend, sereen en kalmerend. En als we gaan mengen, wat gebeurt er dan met het gevoel? Dat wordt ook gemengd! Blauw en geel geeft groen. En groen staat voor rust, zachtheid en dromerigheid.
Voor het uitkiezen van kleuren houd ik ook meestal een volgorde aan. Eerst zoek ik de kleuren uit voor het plafond en de muren, meestal lichte en zachte kleuren. Daarna de bijpassende accentkleuren voor kozijnen en deuren, deze zijn meestal iets donkerder. Bij deze kleuren zoek ik dan meestal een nog donkerdere kleur om een extra accent te geven aan bijvoorbeeld een profiellatje of plint.
Gebruik dit advies als een soort houvast, maar probeer zelf eens lekkere gekke combinaties te maken. Als kleuren met elkaar vloeken, kan dit soms ook een heel leuk effect geven. Uiteindelijk is het jouw huis en als jij het mooi vindt... dan is het mooi!
Meer over Binnenafwerking
Boekentip: Het kleine boek over kleur
28 mei 2026Meld je aan voor onze nieuwsbrief
Elke werkdag het laatste nieuws in uw mailbox!
Aanmelden!Alleen de nieuwsbrief, geen spam

