Bedrijfsnieuws

Importeur Kemp verbreedt markt in België

Het bedrijf Barend Kemp, importeur van graafmachines en rupsdumpers van IHI en graafmachines van Kato, heeft een filiaal geopend in België.

Binnenkort verhuist de Nederlandse vestiging van importeur Barend Kemp in De Meern een paar 100 meter verderop naar het voormalige terrein van transportgigant Van Seumeren.

Op het bureau van directeur B. Kemp (41), zoon van de oprichter, ligt een vel papier met een tekst: ‘De ergernis over slechte kwaliteit duurt voort als de vreugde van de lage prijs al lang is vergeten.’
“Van een klant gekregen”, zegt Kemp. “En wat er staat is waar. Dit past wel bij mij. En kwaliteit gaat dan niet alleen over de machines, maar ook over de service, contracten, onderhoud, voorraadbeheer, beschikbaarheid van onderdelen en het hele circus, dat bij een importeurschap hoort. Onze opvattingen daarover gaan we nu ook in België in de praktijk brengen.”
Kemp heeft de Japanse fabrikanten IHI en Kato ervan kunnen overtuigen ook de Belgische markt op te gaan.

Kostenplaatje
Kemp: “Er zat nog geen importeur en voor ons is het een uitgelezen gelegenheid om iets aan ons kostenplaatje te doen. Wij importeren rechtstreeks uit Japan. Geen van beide bedrijven heeft een Europese vestiging. Dat betekent, dat we – willen we aanvaardbare levertijden kunnen hanteren – een flinke voorraad moeten houden van meer dan tweehonderd exemplaren. Ook de onderdelenvoorraad is verhoudingsgewijs groot. België een grote markt voor gebruikte machines, waar ook in Nederland ingeruilde machines naar toe kunnen. Verder gaan we uitrustingsstukken verkopen.”
Kemp heeft voor zijn Belgische activiteiten een terrein van 6000 vierkante meter met een hal gekocht in Hamme, tussen Antwerpen en Gent. Vanuit die vestiging, die on-line verbonden zal zijn met het kantoor in De Meern, gaan vier Belgische medewerkers aan de slag.

Logisch
“Voor ons is een filiaal in België een logische stap, hoewel daar door anderen genuanceerd op wordt gereageerd. Ooit groeiden de bomen tot de hemel en zaten we allemaal tot over de oren in het werk. Als ik dan hier had voorgesteld om in België te beginnen, was ik weggehoond. Nu de economische tijden minder zijn en we wat meer lucht in het werk hebben, is het een gunstige tijd om een nieuwe structuur op te zetten. Maar je moet wel vertrouwen hebben in de toekomst.”
Binnenkort verhuist Kemp met zijn bedrijf naar het voormalige terrein van Van Seumeren. Dat is aan het eind van de straat. Kemp: “We zijn al een tijdje krapbehuisd. Dus ben ik op zoek gegaan naar een nieuwe vestigingsplaats. Dat moest in het midden van het land zijn, omdat we centraal op één locatie willen blijven zitten. En het terrein zou qua bestemmingsplan binnen milieuklasse 4 moeten vallen.”
“Toen Van Seumeren Mammoet kocht en uiteindelijk verhuisde naar Schiedam, zag ik mijn kans schoon. Belangrijk was ook, dat we onze bouwplannen gerealiseerd zouden moeten krijgen. Ook dat lukte. Op het terrein van 20.000 vierkante meter staat een kantoor, dat moet worden gerenoveerd en een grote hal. Ik kon de huidige locatie kwijt aan de provincie Utrecht, die er onder meer een opslagplaats voor zout en zand van gaat maken. Toen vielen alle stukjes in elkaar.”
“Al met al zie ik de toekomst met vertrouwen tegemoet”, zegt Kemp. “Nu is het mager, maar het komt goed. Ik zie in het bijzonder de markt van de minigravers aantrekken, vooral in het park- en landschapsbeheer en in aanleg en onderhoud van tuinen. Ik zie mensen steeds minder vijf kuub grond naar achteren kruien. Daar is voor ons nog een wereld te winnen.”