Amsterdamse woningkopers krijgen het steeds meer voor het zeggen, ten koste van de verkopers. Dat uit zich vooral in de dalende prijs voor woonhuizen, die in het eerste kwartaal van dit jaar met 6,3 procent afnam ten opzichte van de laatste drie maanden vorig jaar.
De gemiddelde verkoopsom van een woonhuis zakte in die periode van 283.750 naar 266.000 euro kosten koper, terwijl die van een appartement iets steeg van 194.500 naar 195.000 euro. Dat blijkt uit cijfers van de Nederlandse Vereniging van Makelaars (NVM), die zijn onderzocht door vastgoedconsulent Gerard Bakker. De krapte-indicator van de NVM geeft aan dat de verkopers steeds meer macht kwijtraken op de woningmarkt omdat het aanbod te ruim wordt ten opzichte van de vraag. Voor appartementen is die markt nu zelfs 'ongezond' te noemen, net als die voor woonhuizen, maar die fluctueert meer, zo blijkt.
"In een stadsdeel, zeker een kleintje als Bos en Lommer, kan het aanbod, omdat een woningcorporatie ineens een stel panden tegelijk verkoopt, de gemiddelde prijs doen dalen en de looptijd doen stijgen", zo legt Bakker uit. Ook een tekort aan aanbod heeft invloed op prijs en looptijd, maar dat betekent niet altijd dat huizen gemiddeld duurder wonen.
De toename van het aanbod vond het eerste kwartaal vooral plaats bij appartementen tussen de 50 en 75 vierkante meter en bij woonhuizen tussen de 100 en 150 vierkante meter. Het aantal te koop staande woonhuizen steeg ten opzichte van dezelfde periode in 2003 in die ordes van grootte respectievelijk van 125 naar 150 en van 300 naar 325. Vooral in het centrum is het aanbod scheef: daar is het aantal te koop staande appartementen vele malen groter dan de vraag, zo blijkt uit het onderzoek van Bakker.
Meer over Vastgoed
Meld je aan voor onze nieuwsbrief
Elke werkdag het laatste nieuws in uw mailbox!
Aanmelden!Alleen de nieuwsbrief, geen spam

