Algemeen

Fiscus accepteert 'steekpenningen' niet

De fiscalist P.J. Blom van Koop Holding hield het op ‘commissie-en acquisitiekosten’, waar de enquëtecommissie het had over ‘steekpenningen’.

Voor 1996, zo verklaarde hij, lag er een afspraak met de belastingdienst dat 50 procent van het bedrag werd belast volgens het hoogste tarief van de inkomstenbelasting, en 50 procent mochten als aftrekbare kosten worden opgevoerd. De belastingdienst zegde de afspraak echter op.

Na een onderzoek door onder meer de FIOD accepteerde de belastingdienst de bedragen die veelal contant werden opgenomen en naar het buitenland vloeiden, wel als kosten maar mocht Koop ze niet meer aftrekken.

In totaal ging het sinds 1996 om een bedrag van 9,2 miljoen gulden dat contant of via de Maagdeneilanden is weggevloeid. Volgens Blom was de hoogte van het bedrag niet echt hoog. Hij wees erop dat Koop een omzet maakt van 2,1 miljard gulden per jaar waarvan 54 procent in het buitenland, vooral pijpleidingenbouw in Nigeria, Indonesië en Rusland. Landen derhalve waar met behulp van geld "de uitvoering van werken bespoedigd kan worden".

Het bevreemdde de commissie dat de acquisitiekosten in het buitenland deels contant en deels via onder andere de Maagdeneilanden liep, "een land dat bekend is wegens witwaspraktijken". Blom wist niet waarom dit gebeurde. "Dat vertelt Koop mij niet."

Wel zette hij grote vraagtekens bij de term witwassen. "Het gaat om wit geld dat van de bank in Groningen komt en in onze boeken staat. Het zou dan gaan om zwartwassen. Waarom zou Koop dat doen? Dat zou toch merkwaardig zijn", meende Blom.

Hij verzekerde de commissie dat met het geld geen ambtenaren zijn omgekocht, althans "dat heeft meneer Koop verteld tegen de belastingdienst en de FIOD". Koop was ook de enige die kon weten wat er met het geld gebeurde, zo benadrukte hij. "Koop was zelf verantwoordelijk voor de bedragen", aldus de fiscalist die door Koop zelf bij de belastingdienst was weggeplukt.