Algemeen

Europese ppp-markt is nu 95 euro miljard waard

Het aantal ppp-projecten op het Europese vasteland is het afgelopen jaar spectaculair snel gegroeid. De lopende projecten hebben nu een totale kapitaalwaarde van 95 miljard euro. Dat is drie keer zoveel als alle in de afgelopen zeven jaar afgeronde projecten in Groot-Brittannië, het land waar de PPP is ‘uitgevonden’.

Dat stelt de Britse DLA Group, een samenwerkingsverband van juridische adviesbureaus. Vooral in Spanje en Italië maakt het publiek-private partnership snelle opgang bij de realisatie van overheidsprojecten. Aan de hand van een reeks criteria noemt DLA deze landen op dit moment het meest aantrekkelijk voor bedrijven die belangstelling hebben voor ppp-projecten. Gegadigden zijn vooral te spreken over de snelheid, kosten en betrouwbaarheid van de biedprocedures in deze landen.
Het rapport is lovend over de aanvankelijke benadering in ons land. “De overheid heeft veel tijd besteed om de zaken goed voor elkaar te krijgen,” en heeft ‘één van de meest geavanceerde benaderingen’ van ppp. In ons land is het doel een efficiënte levering van overheidsdiensten en niet zozeer het halen van de doelstellingen van het Stabiliteitspact zoals in veel andere landen. Toch heeft de Nederlandse ppp-markt zich tot nu toe teleurstellend ontwikkeld, stelt DLA. “De politiek is tussenbeide gekomen en door de verkiezingen is alles tot stilstand gekomen. Nu er weer een stabiele regering is die voorstander is van ppp, moet een aantal strategische projecten binnenkort toch in de pijplijn kunnen komen.” Gezien de relatief lage marges en de sterke positie van Nederlandse aannemers zoals Koninklijke Bam verwacht DLA echter dat projecten over het algemeen in vaderlandse handen komen.
Mark Swindell, hoofd infrastructuur en projectfinanciering bij DLA Group: “De ontwikkeling van de ppp-markt op het Europese vasteland is verbazend. Algemeen wordt nu ingezien dat overheden moeten samenwerken met de private sector om aan de wensen van de kiezers te voldoen en deals te sluiten waar het risico overgaat naar de private sector om zo de financiële verantwoordelijkheid van het overheidsbudget af te kunnen houden. Dat betekent ppp.”
DLA waarschuwt verder dat ppp op de Britse markt ‘voor nieuwe uitdagingen staat’. De overheid ontwikkelt nieuwe aanbestedingsprocedures, onder meer via internet, en eveneens nieuwe financieringstechnieken. “De aantrekkingskracht van de projecten pijplijn in andere landen in combinatie met de geplande veranderingen in Groot-Brittannië zouden bieders ertoe kunnen verleiden hun tijd en menskracht elders te besteden. Swindell, die het rapport op een ppp-congres in Londen toelichtte: “Niet ieder land bereikt op dezelfde manier het doel. Er ontstaan steeds meer nationale modellen. Ons rapport laat zien dat ondernemingen gaan naar de markt die hen het beste past en dat overheden hun processen en concurrentievoorwaarden moeten aanpassen om voldoende gekwalificeerde gegadigden aan te kunnen trekken om waar voor ‘t geld te leveren.”