Algemeen

Europese bouw spint geen garen bij oorlog

De Amerikaanse investeringsbank Merril Lynch voorspelt dat de Europese bouwindustrie geen garen spint bij de wederopbouw van Irak.

Weliswaar liggen voor individuele ondernemingen lucratieve opdrachten in het verschiet, maar de orders in het kader van de wederopbouw van Irak zullen over dae hele linie onvoldoende zijn om het verlies op de thuismarkten te compenseren.

Analisten van Merril Lynch rekenen voor dat zelfs al zouden in Irak de komende vijf jaar 20 procent van alle sinds 1960 gebouwde gebouwen moet worden hersteld, het bouwvolume maar een druppel op een gloeiende plaat is. Als alle opdrachten cement te leveren naar westerse firma’s gaan, stijgt hun gezamenlijke omzet slechts met een procent. Alleen al de leverantie van het cement zou een investering vergen van 2 miljard euro.
Merril Lynch betwijfelt of de westerse maatschappijen ook werkelijk in staat gesteld worden de cement te leveren. Zware concurrentie dreigt van Saoedi-Arabië. Bovendien telt de regio tal van lokale producenten die bereid zijn voor lage prijzen aan de slag te gaan.
Investeringsbank Merril Lynch waarschuwt de bouwers en beleggers zich niet rijk te rekenen aan de Irakcrisis. De koersen schieten sinds Bush zijn ultimatum stelde omhoog. Die opgaande trend vertaalt zich volgens de analisten niet in betere winstcijfers. De specialisten van Merril Lynch zien de felle opwaartse beweging op de beurs slechts als een natuurlijke reactie op het einde van een lange periode van onzekerheid.

Verzwakking
Tegenover de mogelijke inkomsten uit de wederopbouw staat de tijdelijke verzwakking van de thuismarkten. Subsidies en oliegelden zullen na beëindiging van de Tweede Golfoorlog weliswaar rijkelijk vloeien maar dichterbij huis stapelen de problemen zich op. Bedrijven kampen met omzetverlies door terughoudendheid bij hun vaste klanten. Bovendien staan bij afnemers zowel als bouwers de rendementen onder druk door de hoge olieprijzen.