Het Noordelijk Egalisatie Fonds (NEF) en het Oostelijk Egalisatie Fonds (OEF) leidden hooguit een keer per jaar tot het zenden van facturen. Het doel was altijd op nul uit te komen. Dat stelde W. Wouda, adjunct-directeur van Koninklijke Wegenbouw Stevin (KWS) voor de parlementaire enquêtecommissie.
Wouda ging in 1999 en 2000 mee met districtshoofden als ‘troubleshooter’. “Als er snel iets geregeld moest worden, had ik het mandaat”, verklaarde hij. Voordat hij in 1998 toetrad tot de landelijke directie, was hij adjunct-directeur Regio Noord. In die hoedanigheid nam hij zelf deel aan de onderhandelingen in het NEF, dat na 2000 is opgeheven. De afspraken legde hij vast in het ‘boekwerkje’, een begrip voor hem, zijn directeur en de administrateur van de regio.
Halverwege het jaar kwamen de leden van het NEF bijeen om vast te kijken of er geen problemen zijn. Daarna volgde in november een bijeenkomst voor het ‘clearen’. In het NEF kwamen zestien leden bij elkaar met als voorzitter de districtsdirecteur van Ballast Nedam Noord. Deze legden hun tegoeden bij andere deelnemers op tafel. De partijen kregen een maand de tijd om na te gaan of de getallen die zij kregen van de vijftien andere klopten met de eigen gegevens.
“Mijn doelstelling was vereffenen tot je erbij neervalt”, verklaarde Wouda. Als dat niet lukte, was zijn devies nog steeds om facturen te vermijden. Kleine bedragen ‘hing hij aan de balk’, ofwel die werden niet betaald. Voor grote bedragen probeerde hij de afspraak te maken om ze met een rentevergoeding open te laten staan tot het jaar daarna. “Dat ging altijd met de marktrente. Als er 100.000 gulden openstond en de rente was 6 procent, dan stond het jaar daarop een tegoed van 106.000 gulden open”, verduidelijkte hij.
Emoties
De emoties konden hoog oplopen als een ander lid wel geld wilde. Wouda probeerde het dan toch zo te keren dat er wel werk tegenover stond. Dan werd bijvoorbeeld de afspraak gemaakt dat KWS asfalt leverde met een korting. Soms werd ook een bedrag verrekend via het Oostelijk Egalisatie Fonds met 72 bedrijven, waaronder de leden van het Noordelijke Fonds.
Dat werkte hetzelfde als de Noordelijke variant, maar zonder voorzitter. De rol van de voorzitter in het NEF was vooral het innemen van de plus- en minlijstjes van de deelnemers. Zo konden boekhoudkundige foutjes eruit worden gehaald. Bij het OEF heerste volgens Wouda een andere sfeer en was een zo’n rol niet nodig.
Meld je aan voor onze nieuwsbrief
Elke werkdag het laatste nieuws in uw mailbox!
Aanmelden!Alleen de nieuwsbrief, geen spam

