De bespreking vandaag in de Nationale Arbeidsraad (NAR) heeft tot groot ongenoegen van Bouwunie niet geleid tot de verwachte uitsluiting van de bouwcamionetten. Woensdag worden de besprekingen voortgezet.
Het nieuwe systeem van solidariteitsbijdragen berekend op de CO2-uitstoot van bedrijfsvoertuigen dat sinds 1 januari geldt, is een regelrechte lastenverhoging voor de bouwsector. In de bouwsector is er onvoldoende ruimte om naast deze CO2-taks ter financiering van de sociale zekerheid ook nog andere stijgingen van de loonkost te torsen.
Het oude systeem van solidareiteitsbijdrage was niet van toepassing op bedrijfscamionetten van minder dan 3,5 ton. Bouwondernemingen moeten nu naast de solidariteitsbijdragen die ze betalen op de personenwagens en wagens voor dubbel gebruik, ook een bijdrage betalen voor alle voertuigen die vallen onder de zogenaamde “lichte vracht”. Een regelrechte lastenverhoging met andere woorden.
Op basis van een kleine bevraging van haar leden heeft Bouwunie becijferd dat de nieuwe solidariteitsbijdrage een gemiddelde kostenstijging van 880 EUR voor de kleinste ondernemingen met zich kan brengen en van 4.400 EUR voor de kleine en middelgrote ondernemingen. Bij grotere kmo’s die veel ploegen van 3 tot 4 werknemers op de baan hebben, kan de factuur oplopen tot 35.000 EUR en meer. Twee voorbeelden:
Voorbeeld 1
Een aannemer bouwwerken heeft 4 camionetten die beschouwd worden als lichte vracht (er is o.a. maar 1 rij zetels vooraan en geen mogelijkheid tot zitplaatsen achteraan). Deze dienen vooral om materiaal en materieel van en naar de werven te vervoeren, maar ook 1 of 2 werknemers van eenzelfde ploeg. In totaal zijn er 12 arbeiders die in een beurtrol optreden als chauffeur. De chauffeurs mogen met het voertuig naar huis rijden, want zij nemen ’s morgens een of meer collega’s van hun ploeg mee (van de opstapplaats) en rijden dan rechtstreeks naar de werf.
Veronderstel dat er geen gegevens beschikbaar zijn inzake CO2-uitstoot.
De maandelijkse CO2-taks per werknemer bedraagt: [(165 x 9 euro) – 600] / 12 = 73,75 euro
De aannemer zal dus jaarlijks een solidariteitsbijdrage van 885 euro moeten betalen per werknemer, of een totaal van 10.620 (= 885 x 12 werknemers-chauffeur) euro op jaarbasis.
Voorbeeld 2
Een kleine aannemer heeft 1 camionette die beschouwd wordt als lichte vracht. Het voertuig wordt uitsluitend gebruikt om materiaal en materieel van en naar de werven te vervoeren. De twee enige werknemers van het bedrijf mogen om beurten met het voertuig naar huis rijden. Zij spreken elke dag wel af om samen naar de werf te kunnen rijden.
Veronderstel dat er geen gegevens beschikbaar zijn inzake CO2-uitstoot.
De maandelijkse CO2-taks per werknemer bedraagt: [(165 x 9 euro) – 600] / 12 = 73,75 euro. Deze moet echter voor elke werknemer apart worden betaald, waardoor de maandelijkse solidariteitsbijdrage 147,50 euro bedraagt. Jaarlijks moet er dus 885 euro per werknemer betaald worden, of een totaal van 1.770 euro op jaarbasis.
Tabel voor berekening van maandelijkse C02-taks per voertuig

