Algemeen

Brits rapport bepleit integrale bouwteams

“Het is niet verstandig te veel te betalen, maar het is erger om te weinig te betalen. Als je teveel betaalt, verlies je een beetje geld, dat is alles. Als je te weinig betaalt, verlies je soms alles, omdat wat je kocht niet kan doen waarvoor je het kocht. De algemene wet van evenwichtig zakendoen verbiedt weinig te betalen en veel te krijgen. Dat kan niet. Als je handelt met de laagste bieder, kun je maar beter extra geld erbij leggen voor de risico’s die je loopt. Als je dat doet, heb je genoeg om voor iets beters te betalen.” Met deze woorden uit 1860 van de hoogleraar politieke economie in Oxford John Ruskin, zoon van een van de oprichters van Pedro Domeq, wordt het rapport ‘Accelerating Change’ geïntroduceerd.
Het is het recentelijk verschenen rapport van het Britse Strategische forum voor de bouw dat HBG-topman C.J. Reigersman van harte ter lezing aanbeval aan de parlementaire enquêtecommissie bouwnijverheid tijdens zijn verhoor. Het probeert een antwoord te geven op de vraag hoe de bouw een volwassen industrie kan worden waarin het voor werknemers goed werken is en waarin bedrijven op een normale manier omzetten en winsten kunnen halen. Allerbelangrijkste is nog wel dat de klant meer waar voor zijn geld krijgt.
Het zijn drie aspecten van het bouwondernemen die volledig worden ondersteund door de Britse bouwminster Brian Wilson, die vanaf zijn eerste dag als bewindsman zijn volle aandacht aan de bouw heeft gegeven. De Britse bouw heeft in grote lijnen met dezelfde problemen te maken als de Nederlandse: een in bepaalde sectoren dominante publieke opdrachtgever, gunning op basis van de laagste prijs voor de uitvoering en hoge aanbestedingskosten.
Wilson ziet, getuige zijn voorwoord in het rapport, de problemen die deze kenmerken met zich meebrengen. De laagste prijs voor de initiële investering betekent praktisch nooit dat de belastingbetaler de beste waar voor zijn geld krijgt over de hele levensduur van het bouwwerk gezien. In zijn visie moet “de klant is koning” het leidend principe in de bouw worden. Tegelijkertijd erkent hij dat de bouw dit niet kan zonder hulp van de grootste opdrachtgever, de publieke sector.
De oplossing voor de problemen die het bouwforum aandraagt, spreekt hem aan. Die oplossing is veel meer werken met zogenoemde ‘integrated teams’, een soort bouwteams, maar dan nog uitgebreider. Het gaat dan niet alleen om ontwerp en bouw, maar ook om onderhoud en beheer. Volgens het forum is dat de enige manier waarop vanaf de eerste ideeën alle aspecten van een bouwwerk op de juiste wijze kunnen worden meegenomen in ontwerp en uitvoering. Dat moet dan de beste waar opleveren gedurende de gehele levensduur van een bouwwerk voor de scherpste prijs.
Als doelstelling heeft het forum dan ook geformuleerd dat eind 2004 zo’n 20 procent van de bouwomzet volgens de methodiek van geïntegreerde teams moet worden uitgevoerd. Eind 2007 moet dat 50 procent zijn.
Wat het forum voorstelt, lijkt heel veel op de manier waarop zogenoemde PFI-projecten werken. In dergelijke projecten regelt de aanbieder alles van ontwerp en uitvoering tot financiering en beheer.
Dat kan echter ook onmiddellijk de achilleshiel worden. Grote Britse bouwers als Amec en Amey voelen hoe langer hoe minder voor PFI-projecten. Daarvoor zijn twee redenen. De aanbestedingskosten zijn heel hoog. En in de praktijk blijken opdrachtgevers hoe langer hoe vaker te gunnen op basis van de laagste prijs voor de uitvoering.
Amec-baas sir Peter Mason heeft dan ook laten weten heel hard na te denken of hij nog wel mee wil dingen naar PFI-projecten. En Amey-topman Brian Staples doet alleen nog mee met een partner aan boord die meedeelt in de kosten.
Bouwminister Wilson blijft echter optimistisch. “Wij hebben een winstgevende, productieve en concurrerende bouwindustrie nodig. Ik kijk dan ook uit naar het antwoord van de industrie en de acties die worden genomen om de verandering te versnellen.”