Algemeen

Brief aan Delors tien jaar geheim

De brief die de toenmalige minister-president Lubbers in 1992 schreef aan Jacques Delors, voorzitter van de Europese Commissie, werpt nieuw licht op de vraag hoe in Nederland grootschalige bouwfraude kon ontstaan.

Toenmalige minister-president Lubbers voorspelde in 1992 in een brief aan Jacques Delors dat een Europees veto over kartelvorming in Nederland malversaties zou stimuleren. Hij pleitte derhalve voor het ongedaan maken van het kartelverbod dat de Europese Commissie kort daarvoor had uitgevaardigd.

“Er wordt geen begrip getoond voor de verhoudingen op de Nederlandse markt”, schreef Lubbers op 31 januari 1992 aan Delhors. “Een totaalverbod zal leiden tot een herleving van geheime oncontroleerbare afspraken. Het is een illusie te menen dat tegen dergelijke afspraken effectief kan worden opgetreden.” Met andere woorden: door iedere vorm van kartelvorming te verbieden, zouden frauduleuze praktijken toenemen.
Gedurende een decennium bleef het epistel geheim. Zelfs een beroep op de Wet openbaarheid van bestuur (WOB) mocht niet baten. Hierdoor ontstond de indruk dat Lubbers in een onderonsje met Delors probeerde de Nederlandse bouwsector te bevoordelen. Dat gevoel werd versterkt toen onlangs bleek dat twee bedrijven van de familie Lubbers, Hollandia en Mercon, tien jaar geleden meededen aan verboden prijsafspraken. Lubbers was destijds commissaris van de Mercon Groep.
Nu het schrijven, dat begint met een joviaal ‘Beste Jacques’, boven tafel is, blijkt de inhoud zakelijk en ‘to the point’. In acht paragrafen zet Lubbers uiteen welke gevolgen hij verwacht van het Europees ingrijpen in de Nederlandse bouw en vraagt hij begrip voor de precaire situatie. “In Nederland is na uitvoerig overleg tussen alle betrokken partijen gekozen voor een samenspel van ordening en mededinging om de problemen in de bouwsector zo goed mogelijk aan te pakken.”
Ook protesteert hij tegen de dwangsom die de commissie had opgelegd. “De Nederlandse regering is bijzonder ongelukkig met het voornemen om een boete op te leggen. Het systeem heeft altijd in volle openheid gefunctioneerd.”
De brief van de minister-president had nauwelijks invloed. Dit echec was niet de reden om hem geheim te houden, zo verklaarde Algemene Zaken tijdens een WOB-procedure. Openbaarmaking kon de betrekkingen tussen Nederland en andere Europese landen schaden vanwege de persoonlijke strekking van het schrijven.
Daarop bepaalde de Raad van State dat de inhoud slechts in grote lijnen bekend mocht worden gemaakt. Dat gebeurde ook, maar tot op de dag van vandaag weigert het ministerie inzage in de letterlijke tekst.
In zijn pogingen het epistel onder de pet te houden, heeft Algemene Zaken buiten de waard gerekend. Kort nadat Lubbers zijn gedachten op papier zette, faxte de directie Mededinging van het ministerie van Economische Zaken een kopie naar de Vereniging van Samenwerkende Prijsregelende Organisaties in de Bouwnijverheid (SPO). Langs die weg belandde het schrijven uiteindelijk op de burelen van deze krant.