Bouwen of renoveren zijn duidelijk twee verschillende processen. Zelfs renoveren met of zonder architect heeft een verschillende impact. Iedereen kent wel die gemotiveerde brekers voor een nieuwe keuken, het uitslagen van een muur en het bijplaatsen van een nieuwe kring op het bestaande elektriciteitsnetwerk. Een week later slijpen ze met de laarzen in het zand van de ondergrond in de keuken of berging de muren opnieuw uit. Ondertussen merken ze dat de loodgieterij van de badkamer erboven ook wel niet zit zoals het hoort, laat staan dat die kleine boiler ook nog eens al dat warm water zal moeten trekken.
Het hoeft geen betoog: ook het beslissingsproces om tot de aankoop van nieuwe bouwmaterialen te komen zal hierbij verschillen. Maar waar halen (ver)bouwers de informatie en wie beslist er over het uiteindelijke resultaat? Is duurzaamheid en het gebruik van duurzame energie een ‘wish’ of een ‘must’? Is de architect alwetend of bepalen de particulieren het spreekwoordelijke gabariet. Hebben aannemers de vrijheid bij niet-zichtbare materialen en welke invloed oefenen bouwbeurzen, publiciteit en overheidsstimulansen uit?... Kortom: Wie beïnvloedt, wie beslist?
Extra Muros rondde in december van het afgelopen jaar een onderzoek af dat in samenwerking met Steunpunt Limburg en Centrum Duurzaam Bouwen de attitude van de particuliere (ver)bouwer naar duurzaamheid toetst in relatie tot het gebruik van materialen en merken en het bijhorende beslissingsproces voor de verschillende bouwdelen ervan in kaart brengt. De keuze viel op een kwalitatief onderzoek, oa. door middel van diepte-interviews bij de verschillende bouwpartijen, dat werd gekwantificeerd door een massale webenquête bij particulieren en architecten.
De resultaten van dit onderzoek bevatten niet alleen merken en het gebruik en de keuzereden voor materialen, maar verduidelijken ook per bouwdeel het complexe beslissingsproces ervan. Wanneer het gaat om wie beslist, is er duidelijk een dynamiek aanwezig met een verborgen agenda aan keuzeredenen en beïnvloeders. We zetten voor u enkele feiten van het totale onderzoek op een rijtje.
De helft van de bouwers heeft een nieuwbouwbudget tussen €200.000 en €400.000. Bij 1/3 is dit tussen €100.000 en €200.000. Het merendeel van de ééngezinswoningen is een open bebouwing (bijna 70%) en modern (meer dan 40%) of eigentijds (25%). De pastorij/cottage is minder populair geworden (18%). Bij renovatie met architect doet bijna 3/4 het met een budget van meer dan €50.000, bij renovatie zonder architect is dit slecht 1/3. Slechts 5% van de renoveerders met architect doet het met minder dan €25.000, tegenover 1/3 van de verbouwers zonder architect.
In het onderzoek valt trouwens op dat de ‘top of the mind’-voordelen onderhuids steeds tegenover de prijs worden afgezet. De esthetiek regeert, maar als esthetiek een prijskaartje heeft, zal het snel binnen goedkopere alternatieven worden opgezocht. Een mooi voorbeeld is beplating. Deze kent zijn hoogbloei binnen de hoogste en laagste inkomensklasses … uiteraard met een verschillende kwaliteit. Materialen variëren dan ook naagelang inkomensklasse of naargelang de toepassing of ruimte. Zo wordt de living in 75% van de gevallen ingenomen door keramische tegels en 20% door parket. Slechts 3% kiest voor gietvloeren, polybeton of nog andere. In de slaapkamer is het duidelijk anders: meer dan de helft kiest voor laminaat!
Naast esthetiek regeert ook energiezuinigheid… maar tegen welke kost. Blijkbaar te hoog voor groene energie en dus kiest bijna ¾ om toch aan te sluiten op het bestaande gasnetwerk. 15% gaat nog steeds voor stookolie en hoewel alternatieve energieën weldegelijk in opmars zijn, voorziet vandaag slechts 3% zonneënergie en 1% fotovoltaïsche cellen. Anderzijds mag gezegd dat de helft van de ondervraagden beweert meer te doen dan het vooropgestelde minimum (EPB-norm) om energiezuiniger te wonen. SOD-aannemers zien dan ook in duurzaamheid en lage K-waarde een marketingstunt om zicht kwalitatief te onderscheiden en stimuleren zo particulieren tot meer.
Daarbij gaat 1/3 van de nieuwbouwers voor volledige natuurlijke ventilatie (type A), terwijl evenveel rekent op mechanische ventilatie (type B). Slechts 10% installeert ook nog airco.
Maar als u dacht dat het brekend koppel bij de inleiding enkel brokken maakt heeft u het mis. Particuliere zelfbouwers zijn zelfs sneller geneigd nieuwe (relatief eenvoudige) technieken en materialen te gebruiken dan een aannemer!
Voor meer informatie over dit rapport, klikt u hier
Meld je aan voor onze nieuwsbrief
Elke werkdag het laatste nieuws in uw mailbox!
Aanmelden!Alleen de nieuwsbrief, geen spam

