De bouw heeft behoefte aan kostenbesparende innovaties. Toch denkt een groot deel van de bedrijven dat innovaties geen gevolg hebben voor het bouwproces. Bij kleine bedrijven zijn innovaties juist procesgericht. Die zijn vaak innovatiever dan ze zelf denken.
Van oudsher bestaat het beeld dat de bouw een weinig innovatieve, ambachtelijke bedrijfstak is. Ten onrechte, schrijft het Economisch Instituut Bouwnijverheid (EIB) in het rapport ‘Innovatie en bouwnijverheid’.
Uiteraard zijn er ambachtelijke takken van sport zoals onderhoud. Daar is mechanisatie en innovatie weinig reëel. Maar bijvoorbeeld in de sector buizenleggers en boorondernemingen zorgen telkens nieuwe technieken voor een hoge innovatiegraad.
Het EIB constateert voorts dat de aandacht voor Research & Development de laatste jaren is toegenomen. Bij grote bedrijven was die aandacht en de menskracht er vaak al, maar ook kleinere bedrijven hebben het R&D-pad betreden en speciaal medewerkers in dienst. Het EIB houdt het erop dat het gunstige economische klimaat en de marktomstandigheden bijgedragen hebben aan die belangstelling.
Het instituut verwacht dat de belangstelling blijvend is, maar acht het niet aannemelijk dat innovatie in de toekomst een grote vlucht zal nemen. De bedrijfsomvang maakt het vrijmaken van tijd en geld om aan innovaties te doen beperkt. Ook de toename van het aantal zelfstandigen zonder personeel werkt niet bevorderend voor de innovatiegraad. En last but not least zal de verwachte verschuiving van nieuwbouw naar onderhoud en renovatie de innovaties niet aanwakkeren gezien het ambachtelijke karakter.
Innovaties in de bouw komen overigens vooral van elders. Vooral vanuit de materieelbranche en in iets mindere mate de materialenproducenten komen de vernieuwingen. Wel werken bouwbedrijven mee aan het testen van uitvindingen.
In het kleinbedrijf zijn het vooral de werknemers die innovaties bedenken, bijvoorbeeld de ontwikkeling of verbetering van gereedschappen en hef- en stelmiddelen. Deze innovaties zijn vrijwel onzichtbaar voor de buitenwereld. Ze zijn niet terug te vinden in bestekken of vakbladen. “Het gevolg is dat bouwbedrijven minder innovatief lijken dan ze in werkelijkheid zijn”, aldus het EIB.
Uit het onderzoek blijkt verder dat gww-bedrijven innovatiever zijn dan b&u-bedrijven. Ook maken zij meer gebruik van eigen vindingen. Volgens het EIB zijn er twee mogelijke verklaringen voor dit fenomeen. Ten eerste werken gww-bedrijven vaak voor overheden. Deze professionele opdrachtgevers zijn betrekkelijk veeleisend over het toepassen van nieuwe bouwwijzen, materiaal- en materieelgebruik en werken vaker met prestatiebestekken die in zichzelf al innovaties stimuleren.
Daarnaast is er in de gww sprake van minder productdiversiteit. Innovatieve investeringen kunnen daardoor gemakkelijker voor meer projecten worden ingezet, waardoor de kans om de investering terug te verdienen groter is.
Meld je aan voor onze nieuwsbrief
Elke werkdag het laatste nieuws in uw mailbox!
Aanmelden!Alleen de nieuwsbrief, geen spam

