De Belgische steigerbouwer Albuko kan het instorten van de steiger in de Amercentrale op 28 september 2003, waarbij vijf werknemers om het leven kwamen, niet worden verweten. Dat zei de advocaat van Albuko, G. Elsen, dinsdag voor de rechtbank in Breda.
"De trog van Essent, onder in de ketel waarin de steiger is gebouwd, was vervormd waardoor de instabiliteit ontstond. Dat kwam niet door de bouw. Daarom kan Albuko niets worden verweten", aldus Elsen.
Tegen het bedrijf werd vorige week bijna een half miljoen euro boete geëist.
TNO–rapport
De raadsman noemde het TNO–rapport over de ramp waardeloos. "Het geeft niet aan op welk moment de steiger is bezweken, het toont geen verband aan tussen de onvolkomenheden van de steiger en het instorten. Zwakke plekken zijn er altijd, maar hoeven niet de oorzaak te zijn geweest. Het lijkt wel of ze de rol van Essent hebben willen verbloemen." Volgens de advocaat voldeed de steiger aan de in Nederland gestelde normen.
Verschil
Elsen wees ook op het verschil tussen de opgeleverde steiger op 20 september en de ingestorte steiger op 28 september. Essent heeft volgens de advocaat onder meer buizen laten verwijderen die in de weg zaten. Verder is verlichting aangelegd na de oplevering. Essent en hoofdaannemer CMI uit Bergen op Zoom zijn hiervoor verantwoordelijk.
De uitspraak in de zaak tegen het bedrijf en de andere verdachten staat voor 24 mei gepland.
Meld je aan voor onze nieuwsbrief
Elke werkdag het laatste nieuws in uw mailbox!
Aanmelden!Alleen de nieuwsbrief, geen spam

