In België zouden tienduizenden Polen actief zijn. We schrijven ‘zouden’ omdat deze tewerkstelling doorgaans op het randje van de legaliteit plaatsvindt en in heel wat gevallen zelfs ronduit illegaal gebeurt. Het legale circuit via een rechtstreekse tewerkstelling bij Vlaamse bouwbedrijven of via uitzendarbeid zit daarentegen potdicht. De Vlaamse overheid reikt per jaar amper een 40-tal arbeidskaarten af. De Vlaamse Confederatie Bouw (VCB) vraagt dringend een protocol met de Vlaamse regering om voor de toenemende knelpuntberoepen in de bouwsector de legale tewerkstellingsmogelijkheden voor Centraal-Europeanen uit te breiden tot een paar duizend.
De tekorten aan geschoolde arbeidskrachten in de bouwsector nemen alsmaar toe. Voor de tien meest gezochte bouwberoepen telde de Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding (VDAB) vorig jaar meer dan 4.000 knelpuntvacatures, d.i. jobs die moeilijk ingevuld geraken. In deze top 10 komen jaar na jaar dezelfde beroepen terug. Meer nog: van 2003 tot 2004 is hun knelpuntkarakter nog eens met 10% toegenomen (zie bijlage). Bouwprojecten moeten nochtans kunnen doorgaan, vaak binnen zeer strikte termijnen.
Bouwbedrijven zouden maar al te graag een beroep willen doen op volstrekt legale mogelijkheden om arbeiders uit de nieuwe lidstaten van de Europese Unie in te schakelen. Maar de Vlaamse overheid houdt de deur gesloten. Intussen staat de achterdeur wagenwijd open. Zo krijgen aannemers heel wat aanbiedingen waarbij zelfstandigen worden ingeschakeld. Daarbij worden dumpingprijzen van circa 15 euro per uur geboden. Dit leidt tot concurrentievervalsing. Volgens een enquête van de VCB ziet een vierde van de bouwbedrijven hierdoor opdrachten aan zijn neus voorbijgaan. Vaak gaat het ook om moeilijk controleerbare circuits.
Aan deze concurrentievervalsing moet zo snel mogelijk een einde komen. De enige oplossing op korte termijn hiervoor is een protocol tussen de Vlaamse regering en de Vlaamse bouwsector. Dit protocol moet ertoe leiden dat vreemde arbeidskrachten vlotter dan nu kunnen worden ingeschakeld via bouwuitzendarbeid en via rechtstreekse tewerkstelling in bouwbedrijven. Beide circuits zijn gemakkelijk te controleren. De uitzendarbeid wordt gecontroleerd via de commissie private arbeidsbemiddeling van de Vlaamse overheid en voor rechtstreekse tewerkstelling in de bouwbedrijven bestaat een regime van arbeidskaarten.
Via zo’n protocol worden verschillende problemen in één keer opgelost:
a) Bouwbedrijven met een acuut tekort aan arbeidskrachten kunnen dit op korte termijn op volstrekt legale wijze oplossen.
b) Deze legale oplossing impliceert dat de werkgevers de Centraal-Europese arbeidskrachten volgens de Belgische loonvoorwaarden zullen tewerkstellen en hiervoor ook alle sociale bijdragen zullen betalen die de Belgische overheid vereist. Oneerlijke concurrentie via Centraal-Europese lonen en/of sociale voorwaarden wordt hierdoor uitgeschakeld.
c) Bouwbedrijven wensen voor de inschakeling van Centraal-Europese arbeidskrachten een rechtszeker kader. De precieze afspraken van het protocol zullen dit kader bieden. Het protocol verhoogt aldus de rechtszekerheid. Op die manier kunnen bouwbedrijven ongewilde problemen met de sociale inspectie vermijden.
Gezien de groeiende tekorten op de Vlaamse arbeidsmarkt en het toenemend gebruik van concurrentievervalsende tewerkstellingscircuits, is zo’n protocol dringend noodzakelijk. Er bestaat trouwens een precedent. In het midden van de jaren ’90 sloot de bouwsector een protocol af met de toenmalige minister van tewerkstelling Leona Detiège rond een zeer concreet knelpunt, met name het tegengaan van concurrentievervalsing bij de toekenning aan bouwbedrijven van contingenten van minstens 15 werknemers.
Het nieuwe protocol zal eveneens tot doel hebben concurrentievervalsing tegen te gaan. Maar het zal tegelijk ruimer moeten zijn opgevat. Het zal met name het legale aanbod van arbeidskrachten uit Centraal-Europa (vooral dan uit Polen) via gemakkelijk te controleren circuits moeten verruimen. Tegelijk is de VCB volop bereid mee te werken aan initiatieven om Belgische werkzoekenden te integreren die gemotiveerd zijn om in de bouwsector te komen werken. Uit vroegere analyses is al gebleken dat onmiddellijk inschakelbare werkzoekenden uitermate schaars zijn. In de meeste gevallen zullen ze extra opleiding en begeleiding nodig hebben. In functie van de resultaten van deze opleidings- en begeleidingsacties kan het aantal toegestane arbeidskaarten na verloop van tijd weer verminderen.
Meld je aan voor onze nieuwsbrief
Elke werkdag het laatste nieuws in uw mailbox!
Aanmelden!Alleen de nieuwsbrief, geen spam

